GESCHIEDENIS


Vroeger was Spijk geheel gericht op de fabricage van bakstenen. Zo leidde de grote vraag naar arbeiders voor de steenfabrieken tussen 1870 en 1875 tot een snelle uitbreiding van Spijk. Dit kleine dorp heeft een unieke ligging: het ligt tussen de Rijn en direct aan de landsgrens met Duitsland. Vanuit Spijk heeft u een prachtig uitzicht op de Eltenberg met haar typerende kerk.

Ter hoogte van het punt waar vroeger (1865-1926) een spoorpont de trein in de Zevenaar - Kleef overzette naar Spijck, aan de Duitse kant van de rivier, is het punt dat in de regelgeving voor de scheepvaart wordt gebruikt om de grens met Duitsland aan te geven. Bovenstrooms het zogeheten Spijkse Veer, dus richting Duitsland, moeten binnenschippers een rijnpatent hebben om op de Rijn te mogen varen. Beneden het Spijkse Veer is een vaarbewijs voldoende.

NOORMANNEN


Vanaf 800 tot ver in de Middeleeuwen kreunde West-Europa onder de almaar opduikende Noormannen en Vikingen. Soms waren het kooplui, maar meestal piraten. En soms waren het ordinaire veroveraars, zoals Godfried de Noorman in 880. Totdat men genoeg had van deze plunderaars. In Spijk werd Godfried in de val gelokt en vermoord.

Godfried de Noorman


Na de dood van Karel de Grote (814) versplinterde het grote Karolingische rijk. Ambitieuze Vikingleiders roken daarop hun kans. Zo kwam de Deen Godfried de Noorman in 880 naar onze streken. In de winter van 881 bezette hij de keizerlijke palts op het Valkhof in Nijmegen. Er ging een schok door Christelijk Europa. Een heidense Viking vergreep zich zomaar aan het symbool van de keizerlijke macht. Het jaar erop stak hij de palts in brand. Het was een schande! Keizer Karel III de Dikke, baas in het Duitse rijk, slaagde er niet om Godfried te verslaan. In 882 sloten ze daarom een akkoord. Godfried kreeg van de keizer Frisia (Hollandse en Friese kuststreek) als leengebied. In ruil daarvoor moest de Viking zich koest houden.

Gisela van Lotharingen


Godfried had echter de smaak te pakken en aasde op de rijke wijngebieden, verderop aan de Rijn. Hij vond een bondgenoot in Hugo van Lotharingen wiens erfgoed was ingepikt door Karel de Dikke. Door het huwelijk van Hugo’s bloedmooie zus Gisela met Godfried de Noorman werd het verbond beklonken. Inmiddels plunderen de Vikingen in 882 Zutphen en Deventer. Hugo en Godfried gingen nu voor de verovering van Lotharingen. Voor Karel de Dikke was de maat vol. Hij beraamde een complot.

VALSTRIK IN SPIJK

In 885 nodigde Karel zijn rivaal uit voor onderhandelingen. Als plaats werd Herispich (Spijk) gekozen, strategisch gelegen bij de splitsing van Rijn en Waal. Bij de samenzwering was ook graaf Everhard de Sax betrokken. Everhard had nog een appeltje te schillen met Godfried, want de Vikingen hadden hem uit Zutphen gejaagd en zijn vader vermoord. Niets weerhield hem op zijn beurt Godfried te doden. Het Vikingenleger werd daarop uit Frisia verjaagd. Godfried’s handlanger Hugo van Lotharingen werd de ogen uitgestoken en zijn verdere leven opgesloten in een klooster.

 

Tolkamer aan de Rijn 200 jaar Gelderland

Van douanedorp tot slaapstadje

De economische basis van de huidige gemeente Rijnwaarden, waarbinnen Lobith en Tolkamer vallen, werd tot na de Tweede Wereldoorlog gevormd door de baksteenfabricage, de scheepsbouw en de dienstverlening ten behoeve van het grensoverschrijdend scheepvaartverkeer. Toen het scheepvaartverkeer over de Rijn door de geallieerde bezettingsmachten weer werd toegestaan, was er meteen volop werk voor de douane.

Aan vijf steigers langs de kade van Tolkamer lagen de Rijnmotorschepen tien rijen dik. Op stroom lagen de slepen voor anker en daar tussendoor voeren de parlevinkers met hun winkelwaren, vlees, groenten en vers fruit aan boord. De olieboten voorzagen de sleepboten en motorschepen van stookolie. In grijs getinte snelle scheepjes voeren ambtenaren van douane, marechaussee en rijkspolitie te water om alles in goede banen te leiden. De expeditiekantoren, winkels en cafés in Tolkamer waren zeven dagen per week geopend.

Handel

Aan de Tolkamerse waterkant bevonden zich op een oppervlakte van ongeveer driehonderd bij vijfhonderd meter drie slagerijen, vier kruidenierswinkels, twee bakkerijen, een drogisterij, een groentehandel, zes horecabedrijven, twee slijterijen, een sigarenwinkel, een bazaar en een vishandel annex friteszaak.

Douane

In 1950 werd de zogenaamde 'groene' klaring ingevoerd. Douaneformaliteiten konden voortaan aan boord worden afgehandeld. De schipper hoefde dus niet meer aan wal te komen. In 1955 passeerden 130.000 schepen de doorlaatpost Tolkamer. Twee jaar later was dit gestegen naar bijna 170.000. De 130 douaneambtenaren moesten in die tijd meer dan 300.000 documenten verwerken met betrekking tot meer dan 60 miljoen ton handelsgoederen. Op 1 juli 1958 werd de Zusammenlegung van de Nederlandse en Duitse douanekantoren een feit. De schepen hoefden nu nog maar één stop te maken. Voor de opvaart (naar Duitsland) te Emmerik en voor de afvaart (naar Nederland) te Tolkamer.

Doorvaartregeling

In 1965 vond, na vijf jaar voorbereiding, in Tolkamer de eerste nachtklaring voor afvarende schepen plaats. In 1967 maakten gemiddeld vijf- tot zeshonderd schepen daarvan maandelijks gebruik. In 1970 werd in het kader van de eenwording van Europa de zogenaamde doorvaartregeling ingevoerd, waarbij controle alleen geschiedde bij het begin- en eindpunt van de vaart. Naarmate de tijd verstreek nam het aantal schepen dat gebruik maakte van de vrije doorvaart toe: in 1972 was dat 32 procent van de schepen, in 1975 52 procent en in 1979 65 procent. Deze doorvaartregeling was de eerste echte stap in de richting van het opheffen van binnengrenzen in 1993.

Rustige tijden

Tot het midden van de jaren zeventig waren het drukke tijden voor de dienst van invoerrechten en accijnzen. Daarna werden de activiteiten minder. Steeds minder schippers kwamen aan wal, hetgeen nadelig was voor de middenstand en horeca in Tolkamer. Eind jaren tachtig bleken de gevolgen van de Europese integratie voor de dienstverlening in Tolkamer onomkeerbaar. Het Rijnverkeer was door de internationale ontwikkelingen een snelle doorvoer geworden, rechtstreeks van Rotterdam naar het Duitse achterland. Elke minuut oponthoud betekende geldverlies voor de schepen; of de grensplaatsen verlies leden, was daarbij niet relevant. De schepen legden niet meer aan in Tolkamer en het vertier werd er minder.

Leegloop

De taken van douane en marechaussee kregen steeds minder inhoud en zij verlieten de streek. Daarop volgden de opheffing van middelbare scholen en het verdwijnen van allerlei publieke voorzieningen. Overheidsdiensten en bankinstellingen vertrokken. Verenigingen kregen te maken met ledengebrek en de gemeenschap ging tekenen van vergrijzing vertonen.

De Gelderse Poort

Tolkamer werd een onopvallende stip op de nieuwe kaart van Europa. Toch blijven de mensen vol optimisme voor de toekomst. Zij rekenen wederom op het water, dat van de streek een natuurlijk recreatiegebied heeft gemaakt. Met name de grensoverschrijdende ontwikkelingen in het kader van het natuurgebied de Gelderse Poort scheppen grote verwachtingen voor de toekomst.